Tuin van Bezinning Warnsveld

De Tuin van Bezinning is bedoeld als een plaats voor rust, bezinning en reflectie op de fundamentele waarden van de politieprofessie en het besef welke vergaande consequenties het politievak kan inhouden. De tuin is een nationaal monument van en voor de Nederlandse Politie als nationale plek voor herdenking en eerbetoon aan hen die tijdens de uitoefening van hun dienst bij de Nederlandse Politie door geweld of een ongeval zijn omgekomen. Het gebruik van de Tuin van Bezinning is op dit doel afgestemd. Diverse doelgroepen, zowel binnen als buiten de Nederlandse Politie, kunnen gebruik maken van deze nationale voorziening. De Tuin van Bezinning is gelegen in de tuin bij het koetshuis op het terrein van landgoed Huis ’t Velde te Warnsveld dat dienst doet als congrescentrum voor de politie.

Een oude meander van de Berkel omsluit de tuin aan drie zijden. Het ontwerp van de tuin bestaat uit een labyrintisch patroon van verhoogde grasvlakken en schelpenpaden. De grasvlakken zijn uitgevoerd in de vorm van acanthusbladeren. Het acanthusblad werd in de Griekse oudheid gebruikt als versiering van de kapitelen van Corinthische zuilen en stond als plantaardig motief symbool voor de wedergeboorte. In het begin van de 18e eeuw paste Daniël Marot, de toenmalige architect van Huis ’t Velde het acanthusblad toe in de motieven van tuinperken. In de Tuin van Bezinning krijgt het acanthusblad een geheel nieuwe toepassing. De tekening van twee in elkaar gedraaide acanthusbladeren wordt in een patroon van verhoogd liggende grasvlakken uitgevoerd. De randen van de grasvlakken zijn van roestvaststaal.

“Het scherm toont een groen landschap in vogelperspectief. De duidelijk hoorbare helikopter daalt in de richting van zijn eigen voortschokkende schaduw, zodat na korte tijd een parkachtige aanleg met bomen, paden en fonteinen in beeld verschijnt.

‘Als u wat beter thuis bent in de botanie,’ zegt een commentaarstem, ‘dan heeft u allang gezien dat de tuin ontworpen is in de vorm van een acanthusblad… met in het bijzonder, zo staat op mijn papiertje, het sierlijk krullend blad van de zachte acanthus. Het werd al door de oude Grieken gebruikt als ornament in de kapitelen van hun Korinthische zuilen. Zo, een mondvol, maar het is eruit. In de nerven van de denkbeeldige acanthusblad liggen schelppaden verzonken. Het breken van de schelpen onder de stap van de eenzame wandelaar is het enige geluid dat hier de stilte ondermijnt. Ik weet niet of het voor de bezoeker van de site zichtbaar is, maar de zon schijnt pal in de fontein, en veroorzaakt zowaar een kleine regenboog. Over de ceremonie op de grond…”

(citaat uit het boek Kwaadschiks van A.F.Th. van der Heijden)